Besluit van de Vlaamse Regering
04 sep. 2026· numac 2026006999Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 2022 tot uitvoering van het decreet van 20 mei 2022 tot regeling van de toekenning van een jobbonus, wat betreft de aanpassing van de loongrenzen en de verhoging met een vast, onveranderlijk bedrag vanaf het refertejaar 2026
Officiële tekst in de Vlaamse CodexDit besluit werd nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad (voorzien op 1 oktober 2026).
Aanhef
Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet van 20 mei 2022 tot regeling van de toekenning van een jobbonus, artikel 5, §6, ingevoegd bij het decreet van 20 oktober 2023, en artikel 6, eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 21 oktober 2022.
Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Vlaamse minister, bevoegd voor het budgettair beleid, heeft zijn akkoord gegeven op 3 juni 2026.
- De SERV heeft advies gegeven op 22 juni 2026.
- De Raad van State heeft op 15 juli 2026 beslist geen advies te geven, met toepassing van artikel 84, §5, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Motivering
Dit besluit is gebaseerd op de volgende motieven:
- Om ervoor te zorgen dat een persoon die tegen een minimumloon werkt, een volledige jobbonus krijgt, moeten de loongrenzen van de jobbonus, vermeld in artikel 5, §1, van het decreet van 20 mei 2022 tot regeling van de toekenning van een jobbonus, opnieuw worden aangepast. Op die manier wordt er gegarandeerd dat de maatregel opnieuw wordt afgestemd op de levensduurte.
- Om de ondergrens te bepalen, is rekening gehouden met de verwachte stijgingen van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI). De bovengrens wordt aangepast om de doelgroep niet te verkleinen en de promotieval niet te versterken. Om operationele redenen moet ook altijd bewaakt worden dat de bovengrens onder de bovengrens van de federale werkbonus blijft.
Initiatiefnemers
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Begroting en Financiën, Vlaamse Rand, Onroerend Erfgoed en Dierenwelzijn en de Vlaamse minister van Onderwijs, Justitie en Werk.
Na beraadslaging,
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: