Besluit van de Vlaamse Regering
10 jul. 2026· Belgisch Staatsblad 28 aug. 2026· numac 2026006291Besluit van de Vlaamse Regering over de handhaving van het Scheepvaartdecreet van 21 januari 2022
Officiële tekst in de Vlaamse CodexAanhef
Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;
- het decreet van 2 april 2004 ‘betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Vlaamse Waterweg nv, naamloze vennootschap van publiek recht’, artikel 5, §6, 4° en §7;
- het Scheepvaartdecreet van 21 januari 2022, artikel 62, derde lid, artikel 88, §1, derde lid, artikel 110, vervangen bij het decreet van 5 juni 2026, artikel 111, §1 en §2, eerste lid, vervangen bij het decreet van 5 juni 2026, artikel 114, gewijzigd bij het decreet van 5 juni 2026;
- het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, artikel 8, §1, tweede lid, en §2, eerste lid, 1° en 3°, artikel 8, §2, eerste lid, 5°, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2024, artikel 8, §2, eerste lid, 6°, artikel 8, §2, tweede lid, artikel 8, §3, eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2025, en tweede lid, artikel 22, §1, eerste lid, artikel 62, §1, eerste lid, 1°, artikel 67, §2, vierde lid, artikel 71, §1, tweede lid, gewijzigd bij het decreet van 6 juni 2026, en artikel 76;
- het decreet van 5 juni 2026 tot wijziging van diverse decreten, wat betreft de tweede algemene implementatie van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, artikel 48 en 63.
Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 12 februari 2026.
- De Mobiliteitsraad van Vlaanderen heeft advies gegeven op 24 april 2026.
- De Stad Antwerpen heeft advies gegeven op 13 mei 2026.
- De Raad van State heeft advies 79.508/3 gegeven op 6 juli 2026, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Initiatiefnemers
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Onderwijs, Justitie en Werk en de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Havens en Sport.
Na beraadslaging,
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: