Besluit van de Vlaamse Regering
22 mei 2026· Belgisch Staatsblad 18 jun. 2026· numac 2026004459Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de noodzaak tot verplichte wijziging van de inplanting van de installaties voor het vervoer van butadieen (DN100) via een leiding van de nv TotalEnergies Polymers Antwerp die in het openbaar domein ligt op het grondgebied van de gemeente Zwijndrecht in de ondergrond van de linkeroever van de Schelde, om daar een waterkering op Sigmahoogte te realiseren
Officiële tekst in de Vlaamse CodexAanhef
Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, artikel 9, derde lid, en artikel 12;
- het koninklijk besluit van 11 maart 1966 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van installaties voor gasvervoer door middel van leidingen;
- het koninklijk besluit van 21 september 1988 betreffende de voorschriften en de verplichtingen van raadpleging en informatie bij het uitvoeren van werken in de nabijheid van installaties van vervoer van gasachtige en andere producten door middel van leidingen;
Vormvereiste
De volgende vormvereiste is vervuld:
- De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 8 april 2026.
Motivering
Dit besluit is gebaseerd op de volgende motieven:
- In het kader van het geactualiseerde Sigmaplan is het noodzakelijk om een waterkering op Sigmahoogte te realiseren. Daardoor zijn ingrepen noodzakelijk aan en langs de waterweg de Schelde.
- Hiervoor kan verwezen worden naar de beslissing van de Vlaamse Regering van 17 december 2004 houdende de goedkeuring van de Langetermijnvisie Schelde-estuarium - Ontwikkelingsschets 2010 en van de krachtlijnen van het geactualiseerd Sigmaplan ter bestrijding van stormvloeden in het Zeescheldebekken: algemene visie en verdere aanpak (VR/PV/2004/48-punt 85) alsmede naar de beslissing van de Vlaamse Regering van 22 juli 2005 betreffende de Langetermijnvisie Schelde-estuarium : Ontwikkelingsschets 2010 en betreffende het geactualiseerd Sigmaplan ter beheersing van overstromingsrisico’s en het behalen van de natuurdoelstellingen in het Zeescheldebekken, instandhoudingsdoelstellingen en flankerende maatregelen voor landbouw en plattelandsrecreatie (VR/PV/2005/29 – punt 114).
- Uit de KLIP-aanvraag is gebleken dat TotalEnergies Polymers Antwerp nv een ondergrondse butadieenleiding (DN100) heeft aangelegd die in het openbaar domein van De Vlaamse Waterweg nv ligt, op het grondgebied van de gemeente Kallo (Zwijndrecht) en meer in het bijzonder in de ondergrond van het perceel op de linkeroever van de Schelde gekend als Zwijndrecht, 1ste Afdeling, Sectie F, perceel 17Y3. TotalEnergies Polymers Antwerp nv beheert die leiding en baat die ook uit.
- In het kader van het geactualiseerde Sigmaplan moet op de plaats waar de ondergrondse butadieenleiding ligt, een waterkering op Sigmahoogte aangelegd worden. Die waterkering wordt uitgevoerd door De Vlaamse Waterweg nv.
- Om de werkzaamheden te realiseren, zijn een aantal fundamentele ingrepen vereist aan de waterweg en meer in het bijzonder aan het huidige klassieke dijklichaam, ten noorden van het Fort Sint-Marie en ter hoogte van de Bazeput, dat verhoogd zal worden door een nieuw te bouwen waterkeringsmuur. Zodoende wordt de waterkering – in de zone tussen Fort Sint-Marie en de Kallosluis – ook opgehoogd tot de hoogte die vereist is door het Sigmaplan, met name 11,00mTAW. Op heden heeft het huidige dijklichaam in de voormelde zone maar een hoogte tussen 8,00mTAW en 9,00mTAW.
- Het staat verder onmiskenbaar vast dat de werken noodzakelijk dienen te geschieden en dwingend moeten worden uitgevoerd in het belang van de openbare dienst, de waterlopen en de kanalen. Dat gebeurt allemaal op uitdrukkelijk verzoek van De Vlaamse Waterweg nv.
- Het is immers gebleken dat de ingrepen aan de waterweg en meer in het bijzonder de bouw van een waterkering op Sigmahoogte gerealiseerd moeten worden op de plaats waar op dit moment het huidige tracé ligt van de butadieenleiding van TotalEnergies Polymers Antwerp nv, die in de ondergrond van het openbaar domein ter hoogte van de Bazeput te Kallo (Zwijndrecht) ligt en meer in het bijzonder in de ondergrond van het perceel gekend als Zwijndrecht, 1ste Afdeling, Sectie F, perceel 17Y3.
- Aangezien er voor de werken speciale funderingstechnieken gehanteerd moeten worden om tot een stabiele waterkering te komen, zijn ingrepen in de ondergrond vereist. Er kan om veiligheidsredenen dan ook niet worden toegestaan dat leidingen in de nabijheid van of zelfs onder de primaire waterkering en dijken komen te liggen.
- De huidige ligging van de butadieenleiding van TotalEnergies Polymers Antwerp nv in de ondergrond van het openbaar domein van De Vlaamse Waterweg nv aan de linker-Scheldeoever hypothekeert dus onbetwistbaar de realisatie van deze noodzakelijke ingrepen aan de waterweg en meer in het bijzonder een waterkering op Sigmahoogte. Het staat dus vast dat vooraleer de waterkeringswerken kunnen worden aangevat, deze butadieenleiding moet worden verplaatst naar een nieuw tracé dat daarvoor zal worden aangelegd.
- Als de leiding niet zou worden verplaatst, kan er aldus geen aanvang worden genomen met de noodzakelijke dijkverhogingswerken.
- De huidige ligging van de butadieenleiding van TotalEnergies Polymers Antwerp nv kan op het huidige tracé dan ook niet verder worden toegelaten.
- De aanwezigheid en de huidige ligging en het tracé van de leiding zijn om al die redenen onverenigbaar met de noodzakelijke ingrepen aan de waterweg om de dijkverhogingswerken door te voeren, zodat de wijziging van het tracé van de leiding zich onvermijdelijk opdringt en noodzakelijk is.
- De Vlaamse Waterweg nv verzoekt om de vervoerinstallatie te verplaatsen met het oog op de beoogde werkzaamheden op grond van artikel 12, derde lid, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen en dit ten laste van degene die over een erfdienstbaarheid beschikt voor de voormelde gasvervoerinstallatie in de zin van artikel 12, vijfde lid van de voormelde wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen.
- Bovendien geldt dat krachtens artikel 9, derde lid, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, de minister wanneer het belang van de openbare dienst of van de waterlopen en kanalen, hetzij wegens verandering in de toegangen tot de eigendommen gelegen langs de openbare weg het vereist, het recht heeft de ligging of het tracé van de gasvervoerinstallaties en de desbetreffende werken te doen wijzigen en dat de kosten van deze wijzigingen ten laste komen van degene die de gasvervoerinstallatie exploiteert.
Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Havens en Sport.
Na beraadslaging,
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: