Besluit van de Vlaamse Regering
22 mei 2026· Belgisch Staatsblad 03 jun. 2026· numac 2026004009Besluit van de Vlaamse Regering tot voorbereiding van de ontbinding en vereffening van de vzw ESF-Agentschap Vlaanderen
Officiële tekst in de Vlaamse CodexAanhef
Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;
- het decreet van 8 november 2002 houdende de oprichting van de v.z.w. ESF-Agentschap, artikel 3, §3, gewijzigd bij de decreten van 29 juni 2007 en 30 oktober 2015, en artikel 6, tweede lid, ingevoegd bij decreet van 30 oktober 2015.
Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 4 december 2025.
- De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen heeft advies gegeven op 12 januari 2026.
- De Raad van State heeft advies 78.805/16 gegeven op 16 februari 2026, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Motivering
Dit besluit is gebaseerd op het volgende motief:
- De vzw ESF-Agentschap heeft de decretaal bepaalde opdrachten uitgevoerd, zodat het oprichtingsdecreet van 8 november 2002 houdende de oprichting van de v.z.w. ESF-Agentschap kan worden opgeheven en de vzw-structuur kan worden ontbonden.
- De vzw ESF-Agentschap beschikt nog over een deel onbestemde middelen. Met toepassing van artikel 3, §3, van het voormelde decreet wordt bepaald dat de middelen die niet langer bestemd zijn voor de decretale opdrachten, overgedragen worden aan de Vlaamse overheid. De financiële middelen die nodig zijn om de vereffening en ontbinding te verwezenlijken, worden niet overgedragen. Die gelden zijn dus uitgesloten van de opsomming van de vermogensbestanddelen waarvan voorgesteld wordt om ze over te dragen.
Juridisch kader
Dit besluit sluit aan bij de volgende regelgeving:
- het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
- verordening (EG) 1828/2006 van de Commissie van 8 december 2006 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, en van Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling;
- verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad;
- verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van de Raad.
Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Onderwijs, Justitie en Werk.
Na beraadslaging,
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: