← Alle wetgeving
Besluit van de Vlaamse Regering
19 dec. 2025· Belgisch Staatsblad 29 jan. 2026· numac 2026000654

Besluit van de Vlaamse Regering tot nadere vaststelling van een wijze van vereffening in uitvoering van artikel 205, §5 van het decreet van 9 juli 2021 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen, wat de uitvoering van een burgerlijke overeenkomst betreft

Officiële tekst in de Vlaamse Codex

Aanhef

Rechtsgronden Dit besluit is gebaseerd op: - de Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 4.53, zoals van kracht vóór de datum van inwerkingtreding van het decreet van 9 juli 2021 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen; - het decreet van 9 juli 2021 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen, artikel 205, §5 en §7; - artikel 216bis, §2, zevende en achtste lid Wetboek van Strafvordering juncto artikel 1382 en 1383 (oud) Burgerlijk Wetboek. Vormvereiste De volgende vormvereiste is vervuld: - De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 12 december 2025. - De Vlaamse minister, bevoegd voor het budgettair beleid, heeft zijn akkoord gegeven op 18 december 2025. Motivering Dit besluit is gebaseerd op de volgende motieven: - Dit besluit heeft betrekking op de voormalige sociale huisvestingsmaatschappij (SHM) Vitare nv in vereffening, met ondernemingsnummer 0808.101.060, waarvan de maatschappelijke zetel zich thans bevindt te Coupure 88, 9000 Gent. - Ter duiding van de feitelijke voorgaanden en feitelijke context van dit besluit, en van de toepassing van de vigerende decretale bepalingen op die feitelijke voorgaanden, wordt verwezen naar de motivering van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 februari 2023 tot aanstelling van de vereffenaars van Vitare nv (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 8 maart 2023, p. 29083 e.v.) alsook van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 maart 2023 tot voorlopige vaststelling van de wijze van vereffening van Vitare nv (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 25 mei 2023, p. 49731 e.v.). - Op 6 maart 2023 gingen de VMSW en het Vlaamse Gewest over tot dagvaarding van Abacus Group nv, Matexi nv en verschillende natuurlijke personen voor de (burgerlijke) rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent. Op 10 maart 2023 ging Vitare, vertegenwoordigd door diens vereffenaars, vervolgens – mede in uitvoering van het voornoemde besluit van 3 maart 2023 – over tot dagvaarding van Abacus Group, Matexi en verschillende natuurlijke personen voor de (burgerlijke) rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent. Ter zitting van 25 april 2023 werden deze drie procedures naar de rol verzonden, in toepassing van artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering. - Bij verzoekschriften van 20 maart 2023 en 24 maart 2023 stelde Abacus Group bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring in tegen de voornoemde besluiten van 3 februari 2023 en 3 maart 2023. - In de periode 2021 tot juni 2025 werden er vertrouwelijke gesprekken gevoerd teneinde te evalueren of het mogelijk was om tot een aanvaardbare globale schikking te komen betreffende de tussen hen gerezen geschillen. In mei 2023 gaf het Openbaar Ministerie aan bereid te zijn om in te gaan op het verzoek om gesprekken in de zin van artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering op te starten. De verdere gesprekken vonden plaats met zowel de VMSW als het Vlaamse Gewest omdat een toepassing van het voornoemde artikel 216bis tevens een regeling ten aanzien van de burgerlijke partijen veronderstelt. - In juni 2025 hechtte de Vlaamse Regering haar goedkeuring aan een burgerlijke “overeenkomst tot regeling en slot van alle aanspraken” tussen het Vlaamse Gewest, de VMSW, Vitare, nv Abacus Group, nv Matexi, nv Sibomat en een aantal in het voornoemde gerechtelijk onderzoek genoemde particuliere personen (hierna: “de burgerlijke overeenkomst”), en werden de minister van Wonen, de VMSW en de vereffenaars van Vitare ermee belast respectievelijk gemandateerd om de voornoemde burgerlijke overeenkomst te ondertekenen en om namens het Vlaamse Gewest, de VMSW en Vitare alle nuttige en noodzakelijke handelingen en procedurele stappen te verrichten met het oog op de inwerkingtreding en uitvoering van ervan. - Met inachtneming van alle omstandigheden en risico’s, en mede in het licht van het zuinigheidsbeginsel en de doelstelling van de verwezenlijking van het woonbeleid, overwoog de Vlaamse Regering enerzijds dat het afgesloten globaal akkoord een vlotte verdere afwikkeling van de vereffening van Vitare faciliteert en naar redelijkheid tegemoetkomt aan het oogmerk om het passief van Vitare – zoveel als wat realistisch is in de gegeven omstandigheden, en op een omvattende wijze – aan te zuiveren, terwijl anderzijds een gunstige uitkomst van de diverse hangende gerechtelijke procedures betreffende Vitare als onvoldoende gegarandeerd voorkomt om de verderzetting ervan te verantwoorden, mede in het licht van het zuinigheidsbeginsel. - De ondertekening van de burgerlijke overeenkomst door alle partijen – incl. door het Vlaamse Gewest, door de VMSW en door de vereffenaars van Vitare – werd afgerond op 8 juli 2025. - Per brief van 14 augustus 2025 meldden de VMSW en het Vlaamse Gewest aan het Openbaar Ministerie dat de voornoemde burgerlijke overeenkomst werd afgesloten. - Op 4 november 2025 ging de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen ingevolge de vordering van het Openbaar Ministerie onder meer over tot bekrachtiging van de verruimde minnelijke schikking. - De burgerlijke overeenkomst trad vervolgens in werking op 20 november 2025, overeenkomstig de daarin opgenomen opschortende voorwaarde. - Ingevolge deze inwerkingtreding van de burgerlijke overeenkomst, deed Abacus Group op 28 november 2025 afstand van geding in de procedures tot nietigverklaring die zij bij de Raad van State had ingesteld tegen de voornoemde besluiten van de Vlaamse Regering van 3 februari 2023 en 3 maart 2023. - Derhalve bestaat er thans geen beletsel meer voor de Vlaamse Regering om over te gaan tot de nadere vaststelling van de vereffening van Vitare. - Gebruikmakend van haar discretionaire bevoegdheid krachtens artikel 4.53, lid 2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals van toepassing de dag vóór de datum van inwerkingtreding van het decreet van 9 juli 2021, acht de Vlaamse Regering het in het licht van het voorgaande gepast om de wijze van vereffening van Vitare thans nader vast te stellen in overeenstemming met de voornoemde burgerlijke overeenkomst. Concreet houdt dit in dat de zgn. Matexi-gronden middels een verkoop terugkeren naar Matexi nv, waarbij Matexi nv – ter aanzuivering van het passief van Vitare – ten belope van een bedrag bestaande uit een koopprijs, de verkooprechten en een bijkomende vergoeding. Zodoende wordt, wat betreft de zgn. Matexi-gronden, de ‘status quo ante’ hersteld. Tevens wordt voorzien dat Vitare haar schuldvordering uit hoofde van de koopprijs overdraagt aan de VMSW. Deze overdracht van schuldvordering van Vitare aan de VMSW laat toe om Vitare binnen een korte(re) termijn te vereffenen en om de vereffening versneld af te sluiten. Op die manier verdwijnt Vitare – als (gewezen) SHM ‘in vereffening’ die ressorteert onder het bijzonder regime van de overgangsbepalingen, vermeld in artikel 205 van het decreet van 9 juli 2021 – versneld uit het rechtsverkeer. - Aangezien de Vlaamse Regering overeenkomstig artikel 4.53 Vlaamse Codex Wonen van 2021 (zoals van toepassing op 19 september 2021) juncto artikel 205, §5 van het Decreet van 9 juli 2021 uitdrukkelijk en met uitsluiting van elk vennootschapsorgaan van Vitare decretaal bevoegd is om de wijze van vereffening vast te stellen en om de vereffenaars te machtigen tot het stellen van alle daden die in de vereffeningsprocedure vereist zijn, met inbegrip van de aanzuivering van het passief, mag er – binnen de context van een door de Vlaamse Regering afgesloten globaal akkoord, dat voor de Vlaamse Regering tot doel heeft om het passief van Vitare op een omvattende wijze zo veel als mogelijk aan te zuiveren, alsook om de vereffening van Vitare te bespoedigen – worden aangenomen dat de voornoemde zgn. Matexi-gronden niet openbaar moeten worden verkocht, noch dat er dienaangaande een voorafgaande machtiging van de algemene vergadering van Vitare moet worden verkregen. - Het is gepast om de minister van Wonen in dit verband ermee te belasten om de vereffenaars van Vitare zo nodig te machtigen tot het stellen van accessoire daden van beschikking in het kader van de vereffening. Deze delegatie laat toe om onvoorziene of technische bijkomstigheden binnen de vereffening op een efficiënte wijze te trancheren. - De grond van Vitare gelegen te Lochristi maakt uitdrukkelijk geen deel uit van de voornoemde burgerlijke overeenkomst, aangezien deze grond oorspronkelijk niet van Matexi nv werd aangekocht. De nadere modaliteiten betreffende de tegeldemaking van deze grond binnen het kader van de verdere vereffening van Vitare worden daarom vastgesteld in een apart besluit. - De vereffenaars van Vitare worden ermee belast om na de eigendomsoverdrachten van de gronden van Vitare onverwijld de nodige handelingen te stellen ter voorbereiding van de afsluiting van de vereffening en om hun eindverslag over de vereffening over te maken aan de Vlaamse Regering, waarna de Vlaamse Regering in voorkomend geval met gepaste spoed een bijkomend besluit van de Vlaamse Regering zal aannemen om het afsluiten van de vereffening finaal en onherroepelijk uit te spreken, waarbij dan zal worden voorzien dat de boeken en bescheiden van Vitare gedurende de wettelijk voorziene termijnen bewaard zullen worden door en op het adres van de VMSW. Zodra de eigendomsoverdracht van de zgn. Matexi-gronden heeft plaatsgevonden (met name, na het verlijden van de betrokken notariële aktes), bestaat er tevens geen beletsel meer voor Vitare om, mede in uitvoering van de burgerlijke overeenkomst, over te gaan tot een afstand van rechtsvordering inzake de voornoemde burgerlijke procedure voor de (burgerlijke) rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent (aldaar gekend onder het rolnummer 23/1039/A). Derhalve wordt ook daaromtrent een mandaat voorzien voor de vereffenaars van Vitare. - Met overeenkomstige toepassing van artikel 4.53, tweede lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals van toepassing de dag vóór de inwerkingtreding van het decreet van 9 juli 2021, wordt het voorliggend besluit betekend aan de nv Vitare en zal dit besluit uitwerking hebben vanaf de dag van de betekening ervan. Met het oog op de publiciteit en tegenwerpelijkheid ervan, wordt dit besluit tevens betekend aan de aandeelhouders van Vitare, met uitzondering van het Vlaamse Gewest, en wordt het bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Overeenkomstig de vigerende regelgeving wordt de toepasselijke beroepsmogelijkheid en -termijn vermeld in het besluit. - Het voorgaande doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de Vlaamse Regering om in voorkomend geval het onderhavige besluit in te trekken, op te heffen of te wijzigen, indien er zich uitvoeringsincidenten zouden voordoen in het kader van de uitvoering van de burgerlijke overeenkomst. Zulks wordt tevens uitdrukkelijk erkend door de partijen in burgerlijke overeenkomst. Initiatiefnemer Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Wonen, Energie en Klimaat, Toerisme en Jeugd. Na beraadslaging, DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:
AI-assistent