Besluit van de Vlaamse Regering
05 dec. 2025· Belgisch Staatsblad 18 dec. 2025· numac 2025009546Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, wat betreft de opvolgingsprocedure van het werkzoekgedrag
Officiële tekst in de Vlaamse CodexAanhef
Rechtsgrond
Dit besluit is gebaseerd op:
- art. 5 §1/1, 7°, a) van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap “Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding”.
Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Inspectie van Financiën heeft een gunstig advies verleend op 26 mei 2025;
- De tekst werd aangepast aan het wetgevingstechnisch- en taaladvies nr. 2025/188 van 20 mei 2025;
- De SERV heeft advies gegeven op 7 juli 2025;
- De Raad van Bestuur van VDAB heeft advies gegeven op 10 september 2025;
- De Raad van State heeft advies 78.242/16 gegeven op 14 oktober 2025, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Motivering
Dit besluit is gebaseerd op het volgende motief:
- Om uitvoering te geven aan de afspraken gemaakt in het “actieplan aanklampende aanpak van werkzoekenden”, zoals voorgesteld op de Vlaamse Regering van 14 februari 2025, wordt met deze wijziging de procedure voor de opvolging van het werkzoekgedrag van verplicht ingeschreven werkzoekenden door de VDAB-bemiddelaars vereenvoudigd en ingekort. Dit zorgt ook voor een aanklampender bemiddelingsproces, waarbij de doorlooptijd van het gehele traject wordt ingekort bij die werkzoekenden die hun afspraken niet nakomen.
Er wordt met dit besluit voor gekozen om het formeel afsprakenblad te schrappen. Hier is voor gekozen om 2 redenen. Ten eerste om de administratieve last voor de bemiddelaars niet te verhogen. Indien er namelijk voor zou zijn gekozen om het ‘gewone’ afsprakenblad te schrappen dan zou steeds, voor elke werkzoekende een formeel afsprakenblad moeten worden opgemaakt. Dit zou betekenen dat elke werkzoekende fysiek moet worden gezien om afspraken te maken, hetgeen niet wenselijk is bij werkzoekenden die voldoende digitaal vaardig zijn om een gesprek te voeren via telefoon of videogesprek. Daarnaast zou elk afsprakenblad voor elke werkzoekende dan ook moeten worden afgedrukt en ondertekend, wat voor een bijkomende werklast voor de bemiddelaar zou zorgen, ook naar bewaren van die afsprakenbladen toe.
Een tweede reden die aanleiding heeft gegeven tot het schrappen van het formeel afsprakenblad is het voorzien in voldoende rechtszekerheid voor de werkzoekende wiens werkzoekgedrag wordt opgevolgd. Dit is de reden dat er niet voor werd gekozen om het ultiem afsprakenblad te schrappen. Zo’n ultiem afsprakenblad geeft aan de werkzoekende in kwestie namelijk duidelijk aan dat diens werkzoekgedrag niet voldoende is en dat een bijsturing nodig is om een doorverwijzing naar de controledienst te vermijden. Zo’n ultiem afsprakenblad geldt ook als schriftelijke verwittiging in kader van de procedure actieve beschikbaarheid, waardoor bij niet naleving ervan, de controledienst indien nodig onmiddellijk kan overgaan tot het opleggen van een effectieve sanctie aan de betrokken werkzoekende. Indien dit ultiem afsprakenblad zou worden geschrapt, zou de controledienst zich in dergelijke gevallen in de toekomst moeten hebben beperken tot het opleggen van een verwittiging in plaats van een effectieve (tijdelijke) schorsing van het recht op werkloosheidsuitkeringen.
Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Onderwijs, Justitie en Werk.
Na beraadslaging,
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: