← Alle wetgeving
Besluit van de Vlaamse Regering
03 okt. 2025· Belgisch Staatsblad 29 okt. 2025· numac 2025007999

Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van bijkomende subcategorieën van gebiedsaanduiding binnen de categorie van gebiedsaanduiding landbouw

Officiële tekst in de Vlaamse Codex

Aanhef

Rechtsgrond Dit besluit is gebaseerd op: - de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, artikel 2.2.6, §2, vierde lid, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2016. Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: - De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 6 juni 2025. - De Raad van State heeft advies 78.003/1/V gegeven op 14 augustus 2025. Motivering Dit besluit is gebaseerd op de volgende motieven: - De bindende bepalingen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) schrijven voor dat binnen de vooropgestelde 750.000 ha agrarisch gebied (bestemmingscategorie landbouw) maximaal 70.000 ha via een overdruk op de bestemming als natuurverwevingsgebied wordt aangeduid. Die aanduiding houdt in dat in die agrarische gebieden ook natuurwaarden belangrijk zijn en past binnen differentiatie van de agrarische structuur die het RSV beoogde. De agrarische gebieden met overdruk natuurverwevingsgebied zijn dus volgens het RSV een onderdeel van de 750.000 ha agrarisch gebied binnen de bestemmingscategorie landbouw. - In het richtinggevende gedeelte van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen wordt gesteld dat natuurlijke en agrarische structuur elkaar overlappen in de gebieden met overdruk natuurverwevingsgebied. Ze komen dus verweven voor. - In (gewestelijke) ruimtelijke uitvoeringsplannen wordt het voorschrift “agrarisch gebied met ecologisch belang” soms gebruikt, dat eerder al in gewestplanwijzigingen is gebruikt. Met dergelijk voorschrift wordt een gebied bestemd voor beroepslandbouw, met dien verstande dat aan de uitoefening van die beroepslandbouw randvoorwaarden worden gesteld met het oog op de instandhouding of het herstel van natuurwaarden die aanwezig zijn of waren in het betrokken gebied. De filosofie is vergelijkbaar met die van de aanduiding van agrarische gebieden met overdruk natuurverweving. Die aanduiding past ook in de door het RSV beoogde differentiatie van de agrarische structuur. - In de typevoorschriften die als bijlage zijn gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 april 2008 tot vaststelling van de nadere regels met betrekking tot de vorm en de inhoud van de ruimtelijke uitvoeringsplannen, worden landbouw en natuur “nevengeschikte functies” genoemd in de agrarische gebieden met overdruk natuurverweving. Het voorschrift wordt echter duidelijk tot de groep voorschriften voor agrarisch gebied gerekend. Er zijn vier typevoorschriften opgenomen in de categorie van gebiedsaanduiding landbouw, waarbij “Overdruk natuurverweving op landbouw” als vierde type (4.4) is weergegeven onder de categorie “4. Landbouw”. Merk op dat in het typevoorschriftenbesluit van 2008 dus al sprake is van het begrip “categorie van gebiedsaanduiding”. - De gebiedsaanduiding “Agrarisch gebied met ecologisch belang” is niet opgenomen in de typevoorschriften. Daar waar het voorschrift is gebruikt in gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, worden landbouw en natuur in de toelichting bij het voorschrift “nevengeschikte functies” genoemd. - Met het decreet van 27 maart 2009 tot aanpassing en aanvulling van het ruimtelijke plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid werd in het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (daarna gecoördineerd tot de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 18 mei 1999) een opsomming van categorieën van gebiedsaanduiding ingevoerd. Voortaan moest elk stedenbouwkundig voorschrift dat gebruikt werd in een ruimtelijk uitvoeringsplan, in een van die gebiedscategorieën ondergebracht worden. Die regeling is momenteel te vinden in artikel 2.2.6 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009. Gelet op de hierboven aangehaalde vermeldingen in het RSV werden de agrarische gebieden met overdruk natuurverweving die aangeduid werden in (gewestelijke) ruimtelijke uitvoeringsplannen, ondergebracht in de categorie van gebiedsaanduiding landbouw. - Bij arrest nr. 237.639 van 14 maart 2017 vernietigde de Raad van State een (gemeentelijk) ruimtelijk uitvoeringsplan waarin agrarisch gebied met ecologisch belang was aangeduid, omdat het betrokken voorschrift was ondergebracht in de categorie van gebiedsaanduiding landbouw. De Raad was van oordeel dat, gelet op de bewoordingen van het voorschrift en de toelichting bij het voorschrift, agrarische activiteiten en natuurbehoud en -ontwikkeling beide als hoofdbestemmingen moeten worden beschouwd, waardoor het voorschrift onterecht was ondergebracht in de subcategorie van gebiedsaanduiding agrarisch gebied (“in hoofdzaak bestemd voor beroepslandbouw”) binnen de hoofdcategorie landbouw. De Raad oordeelde dat door die foutieve toewijzing het betrokken onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan onwettig was. Naar aanleiding van dat arrest is sindsdien de gebiedsaanduiding “agrarisch gebied met ecologisch belang” (in gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen) ondergebracht in de (hoofd)categorie “overig groen”, meer bepaald in de subcategorie “gemengd open ruimtegebied”. De subcategorie gemengd open ruimtegebied betreft volgens artikel 2.2.6, §2, tweede lid, 6°, a), van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 gemengd openruimtegebied, waarbij natuurbehoud, bosbouw, landschapszorg, landbouw en recreatie nevengeschikte functies zijn. - Er is dus, voor wat betreft de agrarische gebieden met ecologisch belang maar ook voor de agrarische gebieden met overdruk natuurverweving, een discrepantie tussen enerzijds de gebiedscategorisering die in lijn ligt met het arrest van de Raad van State uit 2017 en anderzijds een categorisering die rekening houdt met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, waarbij agrarische gebieden met ecologisch belang of met overdruk natuurverweving behoren tot de agrarische structuur. - Dit besluit dient om te verduidelijken dat de agrarische gebieden met overdruk natuurverweving wel degelijk tot de agrarische gebieden moeten worden gerekend, zoals ook door het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen bedoeld. Daarvoor is het aangewezen dat binnen de categorie van gebiedsaanduiding landbouw een bijkomende subcategorie wordt onderscheiden die specifiek bedoeld is voor gebieden die wel degelijk bestemd zijn voor beroepslandbouw, maar waar instandhouding, ontwikkeling en herstel van natuur- en landschapswaarden toegelaten zijn, of waar aan de uitoefening van de beroepslandbouw randvoorwaarden worden gesteld met het oog op die natuur- of landschapswaarden. Die voorwaarden kunnen in voorkomend geval een bouwverbod inhouden (zoals dat ook geldt in de bouwvrije agrarische gebieden). Met artikel 2.2.6, §2, vierde lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 heeft de decreetgever de Vlaamse Regering gemachtigd om bijkomende subcategorieën van gebiedsaanduiding te bepalen. Door die subcategorie van gebiedsaanduiding te bepalen, is er duidelijkheid over de (sub)categorie waarin de gebieden die zijn aangeduid met voorschriften agrarisch gebied met overdruk natuurverweving of met ecologisch belang ondergebracht moeten worden. Juridisch kader Dit besluit sluit aan bij de volgende regelgeving: - het besluit van de Vlaamse Regering van 11 april 2008 tot vaststelling van de nadere regels met betrekking tot de vorm en de inhoud van de ruimtelijke uitvoeringsplannen. Initiatiefnemer Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Omgeving en Landbouw. Na beraadslaging, DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:
AI-assistent