Besluit van de Vlaamse Regering
12 sep. 2025· Belgisch Staatsblad 09 okt. 2025· numac 2025007466Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de regelgeving over de nuttige ervaring in het volwassenenonderwijs, de concordantie in het secundair en volwassenenonderwijs en de bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen in het secundair, deeltijds kunst- en volwassenenonderwijs
Officiële tekst in de Vlaamse CodexAanhef
Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, artikel 5, artikel 56ter, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 2005 en gewijzigd bij de decreten van 7 juli 2006, 15 juni 2007, 22 juni 2007 en 23 november 2023, en artikel 56quater, §1, ingevoegd bij het decreet van 22 juni 2007;
- het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, artikel 7, artikel 74quater, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 2005 en gewijzigd bij de decreten van 7 juli 2006, 15 juni 2007, 22 juni 2007 en 23 november 2023, en artikel 74quinquies, §1, ingevoegd bij het decreet van 22 juni 2007;
- de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, artikel V.2 en V.4, gewijzigd bij het decreet van 5 april 2019, artikel V.47, §2, en artikel V.48.
Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 6 juni 2025.
- De gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X, van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van het overkoepelend onderhandelingscomité, vermeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs, heeft protocol nr. 276 gesloten op 4 juli 2025.
- De Raad van State heeft advies nr. 77.954/1/V gegeven op 28 juli 2025, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Onderwijs, Justitie en Werk.
Na beraadslaging,
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: