Besluit van de Vlaamse Regering
06 jun. 2025· Belgisch Staatsblad 02 jul. 2025· numac 2025004841Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 1999 houdende de regeling van de procedure en de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de universitaire steunpunten, wat betreft de verlenging van de werking van het steunpunt Ontwikkeling van gestandaardiseerde, genormeerde en gevalideerde net- en koepeloverschrijdende toetsen in Vlaanderen
Officiële tekst in de Vlaamse CodexAanhef
Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2013, artikel III.76, §1.
Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 30 april 2025.
Het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor de begroting werd verleend op 4 juni 2025.
Motivering
Dit besluit is gebaseerd op de volgende motieven:
- De Vlaamse Regering beslist op 4 december 2020 een consortium te erkennen en te subsidiëren als steunpunt Ontwikkeling van gestandaardiseerde, genormeerde en gevalideerde net- en koepeloverschrijdende toetsen in Vlaanderen voor de periode 2020-2025.
- De procedure voor een nieuwe opdrachtnemer (oproep, beoordeling voorstellen, beheersovereenkomst …) duurt minstens elf maanden.
- De huidige einddatum van het steunpunt is 14 december 2025, in een belangrijke fase ter voorbereiding van de toetsafname in 2026. Als in die fase de continuïteit doorbroken wordt, komen alle daaropvolgende fases in het gedrang en kunnen in 2026 en 2027 geen kwaliteitsvolle toetsen uitgerold worden.
- De werking van het steunpunt moet uitzonderlijk en eenmalig verlengd worden tot zes jaar. Dat is noodzakelijk om de continuïteit van de werking van het steunpunt te garanderen.
- De verlenging geeft de huidige Vlaamse Regering de tijd om eigen keuzes in beleid om te zetten, onder meer via de opdrachtbepaling voor een nieuwe opdrachtnemer.
Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Onderwijs, Justitie en Werk.
Na beraadslaging,
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: