Besluit van de Vlaamse Regering
02 mei 2025· Belgisch Staatsblad 23 mei 2025· numac 2025004001Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het VLAREBO-besluit van 14 december 2007, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen
Officiële tekst in de Vlaamse CodexArtikel Verslag aan de Vlaamse Regering
VERSLAG AAN DE VLAAMSE REGERING
Betreft: Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het VLAREBO-besluit van 14 december 2007, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen
1. Algemene toelichting
De wijzigingen in Vlarema betreffen wijzigingen van of aanvullingen op:
- Hoofdstuk 3, Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
o Afdeling 3.4. – Afvalstofspecifieke bepalingen
Onderafdeling 3.4.5. Afgedankte batterijen en accu's
- Hoofdstuk 5, Bepalingen over het beheer van specifieke materiaalkringlopen en afvalstoffen
o Afdeling 5.2. – Bepalingen over het beheer van sommige bijzondere afvalstoffen
Onderafdeling 5.2.7. Afgedankte batterijen en accu's
- Hoofdstuk 9/1, Verwerking van persoonsgegevens
De wijzigingen in titel II van het Vlarem betreft de wijziging van artikel 5.2.2.5bis4 en artikel 5.2.2.6.5 §2 met betrekking tot de opslag en verwerking van afgedankte batterijen en accu’s. De wijzigingen in het Milieuhandhavingsbesluit hebben betrekking op artikelen 2, 26 en bijlage VIII.
Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke uitvoering van de verordening (EU) 2023/1542 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023 inzake batterijen en afgedankte batterijen, verder “verordening (EU) 2023/1542” genoemd. Deze verordening bevat in hoofdstuk VIII maatregelen die betrekking hebben op de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) en het beheer van afgedankte batterijen. De verordening wordt rechtstreeks van kracht, maar bepaalt ook in artikel 54 lid 3 dat de lidstaten nog de bijzonderheden van de organisatie met inbegrip van administratieve en procedurele regels moeten vastleggen. Gelet op de milieujuridische basis (art. 192 (1) VWEU) van hoofdstuk VIII kunnen lidstaten eveneens bijkomende maatregelen nemen die dezelfde milieudoelstellingen nastreven en niet in strijd zijn met de verordening of andere Europese regelgeving. De bewoording van specifieke artikels, zoals bijvoorbeeld artikel 75 “minimumeisen” voor rapportage, of de verwijzingen naar Richtlijn 2008/98/EG, laten expliciet ruimte aan lidstaten om bijkomende maatregelen te nemen.
De verordening (EU) 2023/1542 legt een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid op voor afgedankte batterijen, die rechtstreeks van toepassing wordt. De verordening bevat onder meer specifieke maatregelen voor het registreren van producenten (artikel 55), uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (artikel 56), het aanstellen van een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid (artikel 57) en het aanvragen van een goedkeuring op het vlak van de nakoming van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (artikel 58).
Het ontwerpbesluit voorziet de vervanging of verwijdering van artikels in VLAREMA die niet compatibel zijn met de verordening (EU) 2023/1542. Concreet wordt onderafdeling 3.4.5 van VLAREMA met betrekking tot afgedankte batterijen en accu’s volledig vervangen wordt door bepalingen in dit ontwerpbesluit. Eveneens wordt afdeling 3.2 van VLAREMA met betrekking tot de aanvaardingsplicht niet meer van toepassing op afgedankte batterijen.
Deze wijzigingen zijn nodig omdat onderafdeling 3.4.5 en afdeling 3.2 niet compatibel zijn met de verordening. Dit heeft onder meer als gevolg dat de regeling met betrekking tot “aanvaardingsplichtconvenanten” en “individuele aanvaardingsplichtplannen” niet meer zal gelden voor afgedankte batterijen, en vervangen wordt door de nieuwe regelingen van de verordening (“goedkeuring inzake de nakoming van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid”).
België behoort binnen de EU bij de koplopers op het gebied van inzameling en beheer van afgedankte batterijen. Om dit niveau te behouden en de continuïteit van de huidige regelingen te waarborgen, voorziet dit ontwerpbesluit dat bestaande regelingen in VLAREMA en aanvaardingsplichtconvenanten, die bijdragen aan de goede werking van de huidige UPV (uitgebreide producentenverantwoordelijkheid) systemen, behouden blijven. Hierdoor zijn verschillende artikels in dit ontwerpbesluit gebaseerd op bepalingen in afdeling 3.2 of onderafdeling 3.4.5 van VLAREMA, maar worden deze voorzien van de nodige wijzigingen om de terminologie in overeenstemming te brengen met de specifieke terminologie van de verordening (EU) 2023/1542.
Eveneens zijn verschillende artikels in dit ontwerpbesluit gebaseerd op bepalingen in de aanvaardingsplichtconvenanten die de OVAM op 13 oktober 2023 heeft afgesloten voor “afgedankte batterijen en accu’s” (met de organisaties Techlink, Traxio en Bebat) en “batterijen voor hybride en elektrische voertuigen” (met de organisaties Febiac, Traxio, Federatie Automateriaal en Febelcar). De aanvaardingsplichtconvenanten regelen de praktische modaliteiten op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor afgedankte batterijen. De regelingen die behouden worden in dit ontwerpbesluit hebben onder meer betrekking op afvalpreventie, communicatie, sensibilisering, inzameling, verwerking, selectieprocedure voor afvalverwerkers, rapportage, financiering en onlineplatforms.
Voorliggend ontwerpbesluit bevat ook de maatregelen die het beheer van afgedankte batterijen en de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid zoals bepaald in artikel 54 lid 3 van de verordening verdere uitwerking geven, onder meer op volgende vlakken:
- registratie en goedkeuring van producenten en organisaties voor producentenverantwoordelijkheid;
- het verzamelen en beschikbaar stellen van gegevens over batterijen en afgedankte batterijen;
- het toezicht op de uitvoering van de verplichtingen op het vlak van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
Waar het nodig is om de logica en coherentie van dit wijzigingsbesluit te behouden, werden sommige bepalingen van de verordening (EU) 2023/1542 gedupliceerd in dit ontwerpbesluit, of wordt ernaar verwezen. De Commissie heeft in een specifiek schrijven bevestigd dat het toegestaan is om bepalingen van de verordening (EU) 2023/1542 te dupliceren in wetgeving van een lidstaat, in het bijzonder als dit nodig is om de interne logica en coherentie van deze wetgeving te behouden.
2. Totstandkoming
Het ontwerp-wijzigingsbesluit werd voorgelegd voor wetgevingstechnisch en taalkundig advies. Het advies 2024/308 werd ontvangen op 27 november.
De Inspectie van Financiën heeft advies LS2024004596 afgeleverd op 18 november.
Het akkoord van de minister van Begroting is niet vereist.
Het ontwerp van besluit werd op 20 december 2024 principieel goedgekeurd door de Vlaamse regering.
De Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens heeft advies nr. 2025/002 gegeven op 21 januari 2025.
De Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen en de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen hebben een gezamenlijk advies (nr. 24-888) gegeven op 27 januari 2025.
Het ontwerp van besluit werd op # voor de tweede keer principieel goedgekeurd door de Vlaamse regering en voor advies voorgelegd aan de Raad van State.
Het ontwerp werd met mededeling nr. 2024/0717/B op 23 december 2024 meegedeeld aan de Europese Commissie, met toepassing van artikel 5 van richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij. De status-quo-periode van drie maanden is verstreken op 26 maart 2025.
De Raad van State heeft advies nr. 77.583/1 gegeven op 18 april 2025, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
3. Toelichting bij de artikelen
3.1 Wijzigingen aan het besluit Vlarem Titel II
Artikel 1 en 2 (Artikel 5.2.2.5bis.4 en artikel 5.2.2.6.5 §2)
De inhoud van huidig artikel 5.2.2.5 bis 4 en artikel 5.2.2.6.5 §2 wordt overbodig, omdat dit is opgenomen in verordening (EU) 2023/1542. De inhoud wordt vervangen door een verwijzing naar artikel 70, lid 1 tot en met 3, artikel 71, lid 1 tot en met 3 en bijlage XII van verordening (EU) 2023/1542.
In beide artikels wordt een nieuw lid ingevoegd, dat bepaalt dat de exploitant voor de opslag en verwerking van afgedankte lithium batterijen gepaste voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen moet nemen om de afgedankte batterijen te beschermen tegen blootstelling aan overmatige hitte, water, breken of andere fysieke schade, en om de risico’s op verhitting en brand te beheersen. Zoals bepaald in bijlage XII van verordening (EU) 2023/1542 houdt “overmatige hitte” onder meer hoge temperaturen, brand of direct zonlicht in, en houdt “water” onder meer neerslag en overstromingen in.
Mogelijke maatregelen om de risico’s op verhitting en brand te beheersen zijn bijvoorbeeld:
- opslag in een recipiënt dat aangepast is voor weerstand tegen brand;
- opslag in ruimte/gebouw dat beschikt over brandwerende wanden en dak, en voorzien is van een systeem voor de vroegtijdige detectie van verhitting en brand;
- (semi-)automatisch en aangepast blussysteem dat in staat is een lithium brand in een beginstadium te blussen;
- opslag is goed toegankelijk voor hulpdiensten;
- opslagduur en -hoeveelheid worden zoveel mogelijk beperkt;
- beschikken over een opvangsysteem voor bluswater zodat het bluswater niet in de riolering of het milieu kan terechtkomen.
In overleg met de hulpverleningszone of een onafhankelijk expert wordt bepaald welke gepaste veiligheids- en voorzorgsmaatregelen nodig zijn voor de specifieke opslag of verwerking. De voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen en de contactgegevens van de hulpverleningszone of de onafhankelijke expert met wie de maatregelen zijn opgesteld, worden als document gevoegd bij het werkplan. Het document ligt ter inzage van de toezichthouder, en wordt geactualiseerd in geval van wijzigingen.
3.2 Wijzigingen aan het besluit VLAREBO
Artikel 3 en 4 (artikel 180 en 181)
Het technisch verslag vormt de basis voor het opvolgen van de kwaliteit van bodemmaterialen en is het eerste document in de traceerbaarheidsprocedure.
De eerste fase van de traceerbaarheidsprocedure start met de conformverklaring van het technisch verslag.
Bodemmaterialen die niet voldoen aan de voorwaarden voor vrij gebruik als bodem buiten de kadastrale werkzone, kunnen toch nog als bodem gebruikt worden op voorwaarde dat een studie ontvangende grond wordt uitgevoerd. De studie ontvangende grond wordt eveneens zoals het technisch verslag uitgevoerd voordat de bodemmaterialen worden gebruikt.
Technische regels vastleggen voor het digitaal indienen van het technisch verslag en de studie ontvangende grond in de standaardprocedures stroomlijnen voornoemd proces als onderdeel van de procedure voor het traceren van bodemmaterialen.
Door het technisch verslag of de studie ontvangende grond op een uniforme manier digitaal te laten indienen onder leiding van de erkende bodemsaneringsdeskundige wordt dit ingepast in de reeds gehanteerde digitale opvolging van de traceerbaarheidsprocedure door de bodembeheerorganisaties én is kwaliteitsborging verzekerd.
3.3 Wijzigingen aan het Milieuhandhavingsbesluit
Artikel 5 (artikel 2)
Aan artikel 2 van het besluit wordt een punt 27° toegevoegd.
Artikel 6 (artikel 26)
Aan artikel 26 van het besluit wordt een punt 5° toegevoegd.
Artikel 7 (bijlage VIII)
Dit artikel wijzigt bijlage VIII van het Milieuhandhavingsbesluit. Met de wijzigingen aan VLAREMA moet ook de lijst met milieu-inbreuken in bijlage VIII van het Milieuhandhavingsdecreet aangepast worden.
3.4 Wijzigingen aan het VLAREMA
Artikel 8 (artikel 1.1.1)
Punt 1 bepaalt in overeenstemming met artikel 95 van verordening (EU) 2023/1542, dat punten 8° en 10° van artikel 1.1.1 van VLAREMA worden opgeheven.
Het tweede punt van dit artikel voegt een derde lid aan artikel 1.1.1 toe, dat erop wijst dat dit besluit voorziet in de gedeeltelijke uitvoering van verordening (EU) 2023/1542.
Artikel 9 (artikel 1.2.1)
In artikel 1.2.1 paragraaf 2, punt 6, wordt de definitie “batterij of accu” afkomstig uit richtlijn 2006/66/EG vervangen door de nieuwe definitie “batterij” zoals bepaald in verordening (EU) 2023/1542. Een batterij die is ingebouwd in militaire of ruimte apparatuur, zoals vermeld in artikel 1 punt 5, a) en b) van verordening (EU) 2023/1542, valt niet onder deze definitie.
In artikel 1.2.1 paragraaf 2, wordt een punt 83°/1 ingevoegd, dat voorziet in een nieuwe definitie “verordening (EU) 2023/1542”.
In paragraaf 4 van artikel 1.2.1 worden de definities gebaseerd op richtlijn 2006/66/EG vervangen door een verwijzing naar de definities vermeld in verordening (EU) 2023/1542.
Artikel 10 (artikel 3.4.2.2 §2, punt 1°)
Als gevolg van de wijzigingen in dit ontwerpbesluit, wordt in onderafdeling 3.4.2 met betrekking tot afgedankte voertuigen, artikel 3.4.2.2 §2, punt 1° vervangen door een verwijzing naar artikel 65 van verordening (EU) 2023/1542 en onderafdeling 5.2.7. Artikel 65 van voormelde verordening bevat verplichtingen van inrichtingen voor de verwerking van autowrakken.
Artikel 11 ( artikel 3.4.4.7)
Als gevolg van de wijzigingen in dit ontwerpbesluit, wordt in onderafdeling 3.4.4 met betrekking tot afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, in artikel 3.4.4.7 , punt 4° telkens vervangen door een verwijzing naar artikel 65 van verordening (EU) 2023/1542 en onderafdeling 5.2.7. Artikel 65 van voormelde verordening bevat verplichtingen van inrichtingen voor de verwerking van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
Artikel 12 (onderafdeling 3.4.5)
Dit artikel vervangt de huidige onderafdeling 3.4.5 door een nieuwe onderafdeling 3.4.5 bepaald in dit ontwerpbesluit. Deze vervanging, en meer bepaald het vervangen van artikel 3.4.5.1, heeft ook tot gevolg dat afdeling 3.2 van VLAREMA met betrekking tot de aanvaardingsplicht niet meer van toepassing wordt op afgedankte batterijen.
Artikel 3.4.5.1
Dit artikel behoudt de tweede zin van huidig artikel 3.4.5.1 van VLAREMA. De terminologie wordt in overeenstemming gebracht met verordening (EU) 2023/1542. Voormelde verordening hanteert “uitgebreide producentenverantwoordelijkheid” in plaats van “aanvaardingsplicht”.
Artikel 3.4.5.2
Dit artikel geeft concrete uitwerking aan artikelen 55 en 58 van verordening (EU) 2023/1542, door te voorzien in een procedure voor het aanvragen van een registratie en goedkeuring. De registratie en goedkeuring kan verleend worden voor een termijn van maximaal vijf jaar, en kan na beslissing van de OVAM verlengd worden met 3 jaar. De termijn van 5 jaar is afgestemd op de termijn van een aanvaardingsplichtconvenant en een individueel plan, die van toepassing zijn voor andere stromen die volgens VLAREMA onder de aanvaardingsplicht vallen.
Een verlenging van 3 jaar kan toegestaan worden als na de termijn van 5 jaar blijkt dat nog steeds voldaan is aan de wettelijke verplichtingen. Een verlenging kan gevraagd worden door de aanvrager, of kan verleend worden op initiatief van de OVAM, zonder dat een nieuwe aanvraag tot registratie en goedkeuring moet ingediend worden.
De OVAM kan in de goedkeuring voorwaarden opnemen die bijvoorbeeld inspelen op specifieke omstandigheden of betrekking hebben op de naleving van de milieuwetgeving. De aanvragen, alsook wijzigingen van gegevens, worden ingediend via een mailadres dat de OVAM ter beschikking stelt op haar website.
Een aanvraag tot hernieuwing van een registratie en goedkeuring, doorloopt identiek dezelfde procedure als een initiële aanvraag tot registratie en goedkeuring.
Artikel 3.4.5.3
De eerste paragraaf bepaalt welke informatie aanwezig moet zijn in de aanvraag voor registratie en goedkeuring. De informatie die gevraagd wordt in punten 1° tot 4° verwijst naar de verschillende relevante bepalingen in verordening (EU) 2023/1542. Het beheerplan, genoemd in punt 5°, verzamelt schriftelijke informatie over hoe de producent of de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid nakomt.
De tweede paragraaf is gebaseerd op de voorwaarden die in artikel 3.2.2.1 van VLAREMA zijn opgenomen voor beheersorganismen. Deze voorwaarden dragen bij aan de goede werking van beheersorganismen. De terminologie van de voorwaarden wordt aangepast om in overeenstemming te zijn met verordening (EU) 2023/1542: “beheersorganisme” wordt bijvoorbeeld aangepast naar “organisatie voor producentenverantwoordelijkheid”.
De tweede alinea van paragraaf 2 bepaalt dat, in geval een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid slechts een deel van de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van een producent overneemt, en de producent dus een deel van de verplichtingen individueel opneemt, in de aanvraag moet opgenomen worden welke verplichtingen collectief (door een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid) en welke verplichtingen individueel (door de producent) worden nagekomen, en dat de aanvraag de vereiste gegevens moet bevatten voor alle verplichtingen.
In de praktijk wordt dit systeem bijvoorbeeld toegepast door producenten van batterijen voor elektrische voertuigen, of andere grote batterijen. De producent kan dan individueel instaan voor de inzameling en verwerking van de afgedankte batterijen, en administratieve taken door het collectieve systeem laten uitvoeren.
Overeenkomstig artikel 55 (3) d, 55 (6) en 58 (2) a van voormelde verordening, moet de aanvraag zowel gegevens bevatten over de maatregelen die de producent en als de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid hebben getroffen om de verplichtingen op vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid na te komen.
Artikel 3.4.5.4
Dit artikel bepaalt de procedure die gevolgd moet worden in geval een producent, die een deel van de verplichtingen op vlak van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid individueel nakomt, een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid wil aanstellen om namens hem een deel van de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid na te komen, en deze organisatie reeds beschikt over een registratie en goedkeuring.
De producent of de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid dient in dit geval een aanvraag voor registratie en goedkeuring in volgens de procedure vermeld in artikel 3.4.5.2. De aanvraag bevat een overzicht van de onderlinge taakverdeling, en de gegevens die volgens artikel 3.4.5.3 vereist zijn om aan te tonen dat de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid worden nagekomen. Tijdens de behandeling van de aanvraag zal de OVAM nagaan of de wettelijke verplichtingen met betrekking tot uitgebreide producentenverantwoordelijkheid correct en volledig worden ingevuld.
Artikel 3.4.5.5
Dit artikel geeft verdere uitwerking aan artikel 55 lid 11 en artikel 58 lid 6 van verordening (EU) 2023/1542, die bepalen dat een registratie en goedkeuring geweigerd of opgeheven kan worden.
Artikel 3.4.5.6
Het artikel bepaalt welke documentatie minstens aanwezig moet zijn in een beheerplan. Het beheerplan maakt onderdeel uit van de aanvraag voor registratie en goedkeuring, en voorziet in schriftelijke informatie, waardoor de producent of organisatie aantoont dat de nodige maatregelen worden getroffen om te voldoen aan de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. De gevraagde informatie behandelt de verschillende aspecten van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, zoals: preventie en communicatie, inzameling en verwerking, financieel plan, niet-discriminerende selectieprocedure voor afvalverwerkers.
Het artikel voorziet eveneens dat een jaarlijkse actualisatie van het beheerplan ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de OVAM.
Artikel 3.4.5.7
Het artikel voorziet concrete uitwerking van artikel 55 van verordening (EU) 2023/1542 met betrekking tot het producentenregister. Het artikel bepaalt dat het register openbaar toegankelijk is via de website van de OVAM. De organisaties voor producentenverantwoordelijkheid moeten de nodige informatie voor het register, zoals vermeld in artikel 55 lid 3, 6 en 7 van voormelde verordening, ter beschikking stellen.
Artikel 3.4.5.8 en 3.4.5.9 &
Deze artikelen zijn gebaseerd op de maatregelen met betrekking tot preventie en communicatie als vermeld in huidig artikel 3.4.5.2 punt 1° van VLAREMA, alsook op de maatregelen in de huidige aanvaardingsplichtconvenanten. De terminologie wordt in overeenstemming gebracht met verordening (EU) 2023/1542. Deze maatregelen worden reeds lange tijd in praktijk toegepast, dragen bij aan een duurzaam materialenbeleid, en ondersteunen de doelstellingen van de verordening. Deze preventieve maatregelen garanderen dat het huidige niveau van preventie en sensibilisering wordt behouden.
Anderzijds wijzen de artikelen ook op de verplichtingen overeenkomstig verordening (EU) 2023/1542, meer bepaald artikel 74, en wordt bepaald dat de informatie vermeld in artikel 74, lid 1 en 3 van voormelde verordening minstens in het Nederlands wordt verstrekt.
Ter preventie van batterijbranden worden de maatregelen vermeld in artikel 3.4.5.8 punt 7° en artikel 3.4.5.9 §3 punt 6° ingevoerd.
De vorm van het gevraagde jaarlijkse verslag is niet bepaald en kan in onderling overleg bepaald worden.
Artikel 3.4.5.10
Dit artikel (§1 tot §3) wijst op de verplichtingen overeenkomstig artikel 59 tot en met 61 en artikel 62, 65 tot en met 67 van verordening (EU) 2023/1542, en voorziet ook (§4 tot §9) meer praktische regels voor verschillende aspecten met betrekking tot de inzameling van afgedankte batterijen.
Onderstaande punten worden reeds in praktijk toegepast, omdat deze momenteel zijn vermeld in afdeling 3.2 van VLAREMA of in de aanvaardingsplichtconvenanten:
- ter beschikking stellen van de lijst met inzamelpunten (§2);
- specifieke regeling om defecte of beschadigde lithiumbatterijen in te zamelen (§4);
- een regeling voor het weigeren van een inzamelpunt (§5)
- bijhouden van een afvalstoffenregister door de inzamelpunten (§6);
- nemen van de nodige maatregelen om te voorkomen dat afgedankte batterijen terechtkomen in het terugname- en inzamelingssysteem van een andere producent of organisatie voor producentenverantwoordelijkheid (§7);
- een regeling voor afgedankte batterijen die in een terugname- en inzamelingssysteem van een andere producent of organisatie voor producentenverantwoordelijkheid worden ingeleverd (§8)
- verplichte inzameling en verwerking van inzamelrecipiënten (§9);
De terminologie van de verschillende bepalingen wordt in overeenstemming gebracht met verordening (EU) 2023/1542.
Paragraaf 3 verplicht het afsluiten van een contract tussen de inzamelpunten, en de producenten of organisaties voor producentenverantwoordelijkheid. Deze mogelijkheid wordt voorzien in artikel 59, lid 6, artikel 60, lid 7, en artikel 61, lid 1 van verordening (EU) 2023/1542. In dergelijk contract kunnen onder meer duidelijke afspraken gemaakt worden over: het plaatsen van de inzamelrecipiënten op een geschikte locatie met oog op veiligheid (gelet op brandrisico) en bereikbaarheid voor de inzameling, de verplichting om afgedankte batterijen te overhandigen, zoals vermeld in de tweede alinea van paragraaf 3.
De tweede alinea van paragraaf 3 wijst op de verplichting van de genoemde inzamelpunten om de ingezamelde afgedankte batterijen te overhandigen aan de producenten, de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid of de door hen aangestelde afvalverwerkers. Dit is een belangrijke nieuwigheid in voormelde verordening, die als doel heeft de inzameling van afgedankte batterijen binnen het terugname- en inzamelingssysteem van de producent of organisatie te houden, zodat deze laatsten de zeer ambitieuze inzamelingsdoelstellingen van verordening (EU) 2023/1542 kunnen behalen.
Artikel 3.4.5.11
Dit artikel regelt de inzameling van afgedankte batterijen in samenwerking met de gemeenten. Voor de afvalstoffen waarvoor een aanvaardingsplicht geldt, is dit geregeld in artikel 3.2.1.1 van VLAREMA. De laatste alinea van huidig artikel 3.4.5.1 van VLAREMA voorziet nog een specifieke aanvulling voor afgedankte batterijen.
Aangezien dit wijzigingsbesluit de huidige onderafdeling 3.4.5 vervangt, en hierdoor afdeling 3.2 met betrekking tot de aanvaardingsplicht ook niet meer van toepassing wordt op afgedankte batterijen, is dit artikel gebaseerd op de bestaande regeling in VLAREMA en de aanvaardingsplichtconvenanten. De terminologie wordt aangepast om deze bepalingen in overeenstemming te brengen met verordening (EU) 2023/1542: “beheersorganisme” wordt bijvoorbeeld vervangen door “organisatie voor producentenverantwoordelijkheid”.
De gewichtsgrens van 20 kg voor afgedankte industriële batterijen wordt gewijzigd naar 25 kg, om dit gelijk te brengen met de bovenste gewichtsgrens van de categorie “batterijen voor lichte vervoersmiddelen” overeenkomstig verordening (EU) 2023/1542. “Batterijen voor lichte vervoersmiddelen” worden ingezameld in samenwerking met de gemeenten, en omvatten bijvoorbeeld batterijen van elektrische fietsen.
Een gewichtsgrens van 5 kg wordt ingevoerd voor afgedankte loodbatterijen, om dit af te stemmen op de bovenste gewichtsgrens voor draagbare batterijen.
Grotere afgedankte loodbatterijen (> 5 kg) hebben reeds decennia een duidelijk positieve marktwaarde, waardoor de inzameling in praktijk gebeurt door geregistreerde inzamelaars, via normale marktwerking, in plaats van via het gemeentelijk inzamelkanaal.
De samenwerking met de gemeenten is niet verplicht voor de inzameling van afgedankte batterijen voor elektrische voertuigen van minder dan 25 kg, als kan aangetoond worden dat ze niet in het gemeentelijk inzamelkanaal terecht komen. Afgedankte batterijen voor elektrische voertuigen van meer dan 25 kg zijn geen huishoudelijke afvalstoffen en mogen aldus niet in het gemeentelijk inzamelkanaal afgeleverd worden.
Paragraaf 3 is gebaseerd op artikel 10 van de aanvaardingsplichtconvenant, afgesloten tussen de OVAM en de organisaties Techlink, Traxio en Bebat van 13 oktober 2023. De paragraaf bepaalt de regels met betrekking tot de overeenkomst die wordt afgesloten tussen de rechtspersonen van publiek recht, en de producenten of organisaties voor producentenverantwoordelijkheid.
Artikel 3.4.5.12
Het eerste lid van dit artikel voorziet praktische regels met betrekking tot de verwerking van afgedankte batterijen. Punt 1° en 2° zijn gebaseerd op een bestaande regeling die werd vastgelegd in artikel 13 van de aanvaardingsplichtconvenant, afgesloten tussen de OVAM en de organisaties Techlink, Traxio en Bebat van 13 oktober 2023. Punt 3° wijst op de verplichtingen overeenkomstig de verordening (EU) 2023/1542. Punt 4° voorziet dat de vergunde inrichting voor verwerking de nodige gegevens rapporteert aan de producenten of organisatie voor producentenverantwoordelijkheid. Dit is ook gebaseerd op de bestaande regeling in de aanvaardingsplichtconvenanten.
Het operationeel plan zoals bepaald in lid 2 maakt deel uit van het beheerplan, en bevat schriftelijke informatie over de wijze van opslag, inzameling, verwerking en recycling van afgedankte batterijen.
Artikel 3.4.5.13
De eerste paragraaf van dit artikel bepaalt welke informatie de producenten en organisaties voor producentenverantwoordelijkheid jaarlijks moeten rapporteren aan de OVAM.
De paragraaf wijst op de minimumeisen voor rapportage overeenkomstig artikel 75 van verordening (EU) 2023/1542, en voorziet ook rapportage over verschillende verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid overeenkomstig VLAREMA.
De tweede paragraaf voorziet dat de cijfergegevens gevalideerd worden door een onafhankelijke keuringsinstelling, en is gebaseerd op artikel 3.2.1.3 van VLAREMA. Aangezien afdeling 3.2 met betrekking tot de aanvaardingsplicht niet meer van toepassing wordt op afgedankte batterijen, worden deze bepalingen opgenomen in dit artikel voor afgedankte batterijen. De terminologie van de bepalingen wordt aangepast om in overeenstemming te zijn met verordening (EU) 2023/1542.
De derde paragraaf voorziet dat de OVAM de nodige informatie ontvangt van de producenten en organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, om de informatie overeenkomstig het Europese model van kwaliteitsrapport, vermeld in artikel 76 lid 3 en 6 van verordening (EU) 2023/1542, te kunnen rapporteren aan de Commissie. De OVAM zal het Europese model van kwaliteitsrapport op de website van de OVAM, of van de organisatie die daarvoor is aangewezen, ter beschikking stellen. In een bijhorende handleiding zal de OVAM aangeven welke gevraagde gegevens overeenkomstig het Europese model door de producenten en organisaties voor producentenverantwoordelijkheid moeten aangeleverd worden.
De vierde paragraaf bepaalt, conform artikel 69 lid 3 tot en met 5 van verordening (EU) 2023/1542, de procedure voor “corrigerende maatregelen” in het geval de OVAM vaststelt dat een producent of organisatie voor producentenverantwoordelijkheid geen passende maatregelen heeft genomen om de in artikel 59, lid 3, eerste alinea, punt a), b), en c) van voormelde verordening, vastgelegde inzamelingsdoelstellingen ten aanzien van afgedankte draagbare batterijen en de in artikel 60, lid 3, eerste alinea, punt a) en b) van voormelde verordening, vastgelegde inzamelingsdoelstellingen ten aanzien van afgedankte batterijen voor lichte vervoermiddelen te behalen.
De vijfde paragraaf is van toepassing in geval verschillende organisaties voor producentenverantwoordelijkheid voor dezelfde afvalstroom actief zijn. Conform artikel 57 lid 3 van verordening (EU) 2023/1542 wordt een onafhankelijke derde aangesteld om erop toe te zien dat de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid hun verplichtingen op gecoördineerde wijze nakomen. De onafhankelijke derde controleert onder meer de cijfergegevens van beide organisaties op dubbeltellingen of hiaten. Dit is momenteel geregeld in artikel 3.2.1.3 §1, laatste alinea, van VLAREMA. Aangezien afdeling 3.2 met betrekking tot de aanvaardingsplicht niet meer van toepassing wordt op afgedankte batterijen, wordt deze bepaling hier opgenomen voor afgedankte batterijen. De terminologie van de bepaling wordt aangepast om in overeenstemming te zijn met verordening (EU) 2023/1542.
Paragraaf 6 bepaalt dat de OVAM alle informatie kan opvragen bij de genoemde actoren, die de OVAM nuttig acht voor de evaluatie van de doelstellingen, de controle van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en het waarborgen van de betrouwbaarheid van de gerapporteerde gegevens. Als de partijen dat nodig achten, bijvoorbeeld in geval van vertrouwelijke bedrijfs- of fabricagegegevens, wordt een systeem uitgewerkt dat confidentialiteit garandeert.
De 7e paragraaf bepaalt dat de OVAM, of de organisatie die door de OVAM daarvoor is aangewezen, in overeenstemming met artikel 75 lid 8 van verordening (EU) 2023/1542, een elektronisch systeem en modelformulier ter beschikking stelt waarlangs de gegevens jaarlijks gerapporteerd worden. Het modelformulier voor rapportage zal afgestemd worden op het Europese model vermeld in artikel 76 lid 1 van voormelde verordening. Het elektronisch rapportage systeem en modelformulier zal minstens de opsplitsing hanteren die wordt toegepast in het Europese model vermeld in artikel 76 lid 1 van voormelde verordening.
Artikel 3.4.5.14
Dit artikel bepaalt dat, conform artikel 57 lid 8 van verordening (EU) 2023/1542, afvalverwerkers onderworpen worden aan een niet-discriminerende selectieprocedure op basis van transparante gunningscriteria, die wordt uitgevoerd door producenten of organisaties voor producentenverantwoordelijkheid. Overeenkomstig artikel 3 definitie 56 van voormelde verordening is een afvalverwerker een natuurlijke of rechtspersoon die beroepshalve betrokken is bij de gescheiden inzameling of verwerking van afgedankte batterijen.
De tweede paragraaf bepaalt dat de toewijzing van overeenkomsten door organisaties voor producentenverantwoordelijkheid gebeurt op basis van een model van lastenboek en een model van procedure voor toewijzing van de markten, die voorafgaandelijk goedgekeurd worden door de OVAM.
De derde paragraaf bepaalt welke documentatie aan de OVAM moet voorgelegd worden met betrekking tot geselecteerde kandidaat inzamelaars en recyclers. De OVAM gaat hierbij na of de kandidaten voldoen aan de milieureglementering. In geval van recyclers gaat de OVAM ook na of de doelstellingen voor recyclingrendement en materiaalterugwinning gehaald worden en of de berekening van de recyclingrendements- en materiaalterugwinningspercentages (door de recycler) in overeenstemming is met artikel 71 van voormelde verordening.
Paragraaf 4 legt de maximale termijn voor een overeenkomst vast op 5 jaar, zodat de markt regelmatig opnieuw geraadpleegd wordt. In specifieke gevallen kan hiervan afgeweken worden.
Paragraaf 5 bepaalt de gevallen waarin de procedure overeenkomstig paragrafen 2 tot 4 niet van toepassing is. Punt 1° en 3° zijn gebaseerd op een bestaande regeling die momenteel is vastgelegd in de aanvaardingsplichtconvenant die de OVAM op 13 oktober 2023 heeft afgesloten voor “afgedankte batterijen en accu’s” (met de organisaties Techlink, Traxio en Bebat). De specifieke omstandigheden vermeld in punt 2° hebben bijvoorbeeld betrekking op:
- een situatie waarin slechts een zeer beperkt aantal verwerkers beschikbaar zijn in Europa (bijvoorbeeld voor primaire lithium batterijen),
- een situatie waarin een acuut tekort aan recyclagecapaciteit ontstaat (bijvoorbeeld voor lithium herlaadbare batterijen),
- brandgevaar bij de opslag van afgedankte lithium batterijen, waardoor langdurige opslag moet vermeden worden, en punt 2° de mogelijkheid voorziet om op kortere termijn te kunnen schakelen naar een andere recycler (vb. een recycler die nog verwerkingscapaciteit heeft),
- de uitzondering zoals vermeld in artikel 12 punt 1 a) en b) van richtlijn 2014/24/EU.
Voor de gevallen beschreven in punten 1° en 2° van paragraaf 5, wordt wel de gemotiveerde keuze van de afvalverwerker en de vooropgestelde duur van het contract ter goedkeuring voorgelegd aan de OVAM.
De zesde paragraaf bepaalt dat de OVAM geïnformeerd wordt over wijzigingen in een recyclageproces, na toewijzing van de overeenkomst, die invloed kan hebben op de recyclingrendements- en materiaalterugwinningspercentages.
Artikel 3.4.5.15
Dit artikel legt in paragraaf 1 de procedure voor goedkeuring door de OVAM vast, en in paragraaf 2 de procedure voor advies. Paragraaf 3 bepaalt dat een vertegenwoordiger van de OVAM wordt uitgenodigd voor alle vergaderingen van het bestuursorgaan en de algemene vergadering van de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid. Paragraaf 4 bepaalt de regels met betrekking tot de toetredingsovereenkomst. De organisatie voor producentenverantwoordelijkheid mag alleen producenten weigeren als er ernstige redenen zijn. Een voorbeeld van een ernstige reden is, het niet betalen van de financiële bijdrage verschuldigd door de producent aan de organisatie voor productenverantwoordelijkheid, voor de batterijen die door de producent op de markt werden aangeboden.
Deze bepalingen zijn gebaseerd op bestaande bepalingen in de aanvaardingsplicht-convenanten en VLAREMA, waarbij de terminologie in overeenstemming wordt gebracht met verordening (EU) 2023/1542.
Artikel 3.4.5.16
Dit artikel regelt de financiële aspecten van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Het artikel verwijst naar de meest relevante bepalingen van verordening (EU) 2023/1542, en is daarnaast gebaseerd op bestaande regelingen afkomstig uit afdeling 3.2 van VLAREMA en de aanvaardingsplichtconvenanten (bijvoorbeeld het vermelden van de bijdragen op factuur in §1, het financieel plan in §7 en 8, waarbij de terminologie in overeenstemming werd gebracht met verordening (EU) 2023/1542).
De financiële bijdrage, vermeld in het tweede lid van paragraaf 1, wordt apart vermeld op de factuur tussen professionelen bij verkoop van batterijen. De OVAM kan een afwijking hierop toestaan, indien bijvoorbeeld een producent of organisatie voor producentenverantwoordelijkheid motiveert dat op een alternatieve wijze duidelijkheid wordt verschaft in de verkoopketen over de betaling van de financiële bijdrage.
Paragraaf 2 geeft verdere uitwerking aan het kostendelingsmechanisme vermeld in artikel 56 lid 5 van verordening (EU) 2023/1542.
Paragraaf 3 bepaalt dat producenten moeten instaan voor de financiering van de kosten van het elektronisch systeem. Dit is gebaseerd op artikel 56, lid 4, d) van verordening (EU) 2023/1542 dat bepaalt dat de producenten onder meer de kosten moeten dragen voor het verzamelen van gegevens en rapporteren daarvan aan de bevoegde overheden, en ligt in lijn met het “vervuiler betaalt”-principe (overwegende 100 van voormelde verordening).
Het artikel bepaalt eveneens een mechanisme om de kosten te verdelen tussen de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid en de individuele producenten.
Paragrafen 4 tot en met 6 bepalen nadere regels voor de financiële garantie overeenkomstig artikel 58, lid 7 van verordening (EU) 2023/1542.
Deze bepaling is gebaseerd op de huidige regeling overeenkomstig artikel 3.4.5.3 van VLAREMA en op de regeling in de aanvaardingsplichtconvenanten, voorzien van de nodige aanpassingen in terminologie om in overeenstemming te zijn met voormelde verordening.
In paragraaf 4 punt 2° wordt een bijkomend punt b) ingevoegd, zodat producenten de garantie kunnen stellen ten opzichte van de OVAM of de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid. Het volgende lid (nieuw ingevoegd) bepaalt dat een producent, die een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid heeft aangesteld om namens hem een deel van de verplichtingen na te komen, de garantie ten opzichte van de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid moet stellen. Als dergelijke producent zijn verplichtingen niet meer kan nakomen, bijvoorbeeld na stopzetting van de activiteit of insolventie, zal de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid beroep doen op de financiële garantie om het beheer van de afgedankte batterijen van de producent over te nemen.
De inhoud van het financieel plan wordt bepaald in paragraaf 7, dit is eveneens gebaseerd op de huidige aanvaardingsplichtconvenanten. Punt 8° geeft uitvoering aan artikel 58 lid 5 van verordening (EU) 2023/1542, meer bepaald de verwijzing naar artikel 8 bis, lid 2 punt d) van Richtlijn 2008/98/EG. De regelmatige onafhankelijke controle kan in praktijk gebracht worden door een controle van de jaarrekening door de bedrijfsrevisor. De laatste paragraaf van het artikel bepaalt dat het financieel plan jaarlijks tegen uiterlijk 1 december voor advies wordt voorgelegd aan de OVAM.
Artikel 3.4.5.17
Dit artikel is gebaseerd op artikel 3.2.1.6 van VLAREMA dat vanaf 29 maart 2025 van toepassing wordt. Aangezien afdeling 3.2 met betrekking tot aanvaardingsplicht door middel van dit wijzigingsbesluit niet meer van toepassing wordt op afgedankte batterijen wegens niet compatibel, worden deze bepalingen opgenomen in dit artikel voor afgedankte batterijen. De terminologie van de bepalingen wordt aangepast om in overeenstemming te zijn met verordening (EU) 2023/1542. Dit artikel geldt in aanvulling van artikel 62 lid 6 van de voormelde verordening.
Artikel 13 (onderafdeling 5.2.7)
Dit artikel vervangt de huidige onderafdeling 5.2.7 “afgedankte batterijen en accu’s” door een nieuwe onderafdeling 5.2.7 “afgedankte batterijen” bepaald in dit ontwerpbesluit.
De term “batterijen en accu’s” was afkomstig uit richtlijn 2006/66/EG. Verordening (EU) 2023/1542 hanteert de term “batterijen”. Inhoudelijk vindt er geen wijziging plaats door het weglaten van “en accu’s”.
Artikel 5.2.7.1
De inhoud van enkele alinea’s van huidig artikel 5.2.7.1 en artikel 5.2.7.2 zijn overbodig geworden, omdat deze zijn opgenomen in bijlage XII van verordening (EU) 2023/1542. Deze alinea’s worden vervangen door een bepaling die verwijst naar verordening (EU) 2023/1542, en in het bijzonder artikel 70, lid 1 tot en met 3, en artikel 71, lid 1 tot en met 3 en bijlage XII.
De tweede alinea van artikel 5.2.7.1 heeft betrekking op voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen voor de opslag en verwerking van afgedankte lithiumbatterijen. Deze bepaling is gebaseerd op de vierde alinea van huidig artikel 5.2.7.2. De bewoording wordt licht aangepast om in overeenstemming te zijn met verordening (EU) 2023/1542.
Zoals bepaald in bijlage XII van verordening (EU) 2023/1542 houdt “overmatige hitte” onder meer hoge temperaturen, brand of direct zonlicht in, en houdt “water” onder meer neerslag en overstromingen in.
Mogelijke maatregelen om de risico’s op verhitting en brand te beheersen zijn bijvoorbeeld:
- opslag in een recipiënt dat aangepast is voor weerstand tegen brand;
- opslag in ruimte/gebouw dat beschikt over brandwerende wanden en dak, en voorzien is van een systeem voor de vroegtijdige detectie van verhitting en brand;
- (semi-)automatisch en aangepast blussysteem dat in staat is een lithium brand in een beginstadium te blussen;
- opslag is goed toegankelijk voor hulpdiensten;
- opslagduur en -hoeveelheid worden zoveel mogelijk beperkt;
- beschikken over een opvangsysteem voor bluswater zodat het bluswater niet in de riolering of het milieu kan terechtkomen.
In overleg met de hulpverleningszone of een onafhankelijk expert bepaalt de exploitant welke gepaste veiligheids- en voorzorgsmaatregelen nodig zijn voor de specifieke opslag of verwerking. De voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen en de contactgegevens van de hulpverleningszone of de onafhankelijke expert met wie de maatregelen zijn opgesteld, worden opgenomen in een document dat ter inzage ligt van de toezichthouder. Het document wordt geactualiseerd in geval van wijzigingen.
Deze bepalingen worden, naast in VLAREM, ook in VLAREMA opgenomen, omdat de bepalingen in VLAREMA gelden voor elke opslag van afgedankte lithiumbatterijen. Het is belangrijk dat elke opslag van afgedankte lithiumbatterijen veilig gebeurt, de verordening (EU) 2023/1542 voorziet hiervoor geen uitzonderingen.
De voorwaarden in VLAREM zijn onderhevig aan uitzonderingen, zoals bijvoorbeeld de uitzondering voor de opslag van afgedankte batterijen bij de eindverkoper, tussenhandelaar, producent of invoerder in het kader van terugname van afgedankte batterijen (zoals bepaald in titel 2 van het VLAREM, bijlage 1 indelingslijst, rubriek 2).
De laatste alinea van het artikel voorziet de mogelijkheid voor de minister om nadere regels te bepalen voor het voorkomen en bestrijden van verhitting en brand, bij de opslag en verwerking van afgedankte batterijen. Deze alinea is reeds opgenomen in huidig artikel 5.2.7.2. en houdt bijgevolg geen wijziging in.
Artikel 5.2.7.2
Dit artikel verwijst in de eerste paragraaf naar de relevante artikels en hoofdstukken van verordening (EU) 2023/1542 in verband met voorbereiding voor hergebruik, voorbereiding voor herbestemming, herbestemming en herfabricage
De tweede paragraaf bepaalt de minimale recyclingrendementen (tot 31 december 2025) en de doelstellingen voor recyclingrendement en de doelstellingen voor materiaalterugwinning (vanaf 1 januari 2026). Zoals bepaald in overgangsbepaling 95b van verordening (EU) 2023/1542 blijven de recyclagedoelstellingen van richtlijn 2006/66 nog gelden tot 31 december 2025. Vanaf 1 januari 2026 worden de doelstellingen voor recyclingrendement en materiaalterugwinning overeenkomstig verordening (EU) 2023/1542 van toepassing.
De derde paragraaf is gebaseerd op artikel 13 van de huidige aanvaardingsplichtconvenant afgedankte batterijen en accu’s, en houdt bijgevolg geen nieuwe verplichting in.
Artikel 5.2.7.3
Dit artikel is gebaseerd op huidig artikel 5.2.7.3 van VLAREMA, maar werd in overeenstemming gebracht met verordening (EU) 2023/1542.
Artikel 5.2.7.4
Zoals bepaald in artikel 75 ,lid 1, laatste alinea en artikel 75 lid 3, 5 en 6 van verordening (EU) 2023/1542 moeten geregistreerde inzamelaars, handelaars, makelaars, afvalverwerkers en afvalstoffenhouders die afgedankte batterijen uitvoeren, jaarlijks specifieke gegevens over afgedankte batterijen rapporteren.
Het artikel wijst op de minimumeisen voor rapportage vermeld in artikel 75 van verordening (EU) 2023/1542. Daarnaast wordt de rapportage van bijkomende gegevens gevraagd, zoals contactgegevens van afvalverwerkers, een beschrijving van het verwerkingsproces, informatie over de bestemming van te verwijderen afvalstromen, informatie waaruit blijkt dat artikel 72 lid 3 van voormelde verordening wordt nageleefd.
Inrichtingen voor herfabricage of herbestemming moeten ook rapporteren, omdat de hoeveelheid batterijen die door hen wordt behandeld, niet beschikbaar is voor inzameling als afgedankte batterij. Deze informatie is nodig om zicht te krijgen op de volledige batterijkringloop, en om het volume batterijen te kunnen bepalen dat niet beschikbaar is voor inzameling als afgedankte batterij. Het is ook belangrijk om de actoren die herfabricage of herbestemming uitvoeren te kennen, omdat de batterijen die zij opnieuw op de markt aanbieden moeten voldoen aan specifieke eisen o.m. in verband met veiligheid (artikel 45 van voormelde verordening) en uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (artikel 56 lid 2 van voormelde verordening).
De tweede paragraaf bepaalt dat op vraag van de OVAM de gegevens worden gevalideerd, en een kwaliteitsrapport bevatten dat gebaseerd is op het Europese model van kwaliteitsrapport overeenkomstig artikel 76, lid 3 en 5 van verordening (EU) 2023/1542. De OVAM zal het Europese model van kwaliteitsrapport op de website van de OVAM, of van de organisatie die daarvoor is aangewezen, ter beschikking stellen. In een bijhorende handleiding zal de OVAM aangeven welke gegevens overeenkomstig het Europese model door de producenten en organisaties moeten aangeleverd worden.
Paragraaf 3 bepaalt dat de OVAM alle informatie kan opvragen bij de genoemde actoren, die de OVAM nuttig acht voor de evaluatie van de doelstellingen, de controle van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en het waarborgen van de betrouwbaarheid van de gerapporteerde gegevens. Als de partijen dat nodig achten, bijvoorbeeld in geval van vertrouwelijke bedrijfs- of fabricagegegevens, wordt een systeem uitgewerkt dat confidentialiteit garandeert.
Paragrafen 4 en 5 bepalen dat de OVAM, of de organisatie die door de OVAM daarvoor is aangewezen, een elektronisch systeem en modelformulier ter beschikking stelt waarlangs de gegevens jaarlijks worden gerapporteerd, in overeenstemming met artikel 75 lid 8 van verordening. Het modelformulier voor rapportage zal afgestemd worden op het Europese model vermeld in artikel 76 lid 1 van verordening (EU) 2023/1542. Het elektronische rapportage systeem en modelformulier zal minstens de opsplitsing hanteren die wordt toegepast in het Europese model vermeld in artikel 76 lid 1 van verordening (EU) 2023/1542.
Artikel 5.2.7.5
Dit artikel is gebaseerd op huidig VLAREMA artikel 5.2.7.4, en wordt in overeenstemming gebracht met verordening (EU) 2023/1542. Het artikel houdt in praktijk geen nieuwe verplichting in.
Artikel 14
Artikel 9/1.4 behandelt de verwerking van persoonsgegevens die voortvloeien uit onderafdeling 3.4.5 betreffende de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van batterijen, en Verordening (EU) 2023/1542 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023 inzake batterijen en afgedankte batterijen, tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG en Verordening (EU) 2019/1020 en tot intrekking van Richtlijn 2006/66/EG.
Het artikel beschrijft de essentiële elementen van de verwerking van persoonsgegevens, o.m. aard van de gegevens, op wie de verwerkte persoonsgegevens betrekking hebben, doel van de verwerking, aan wie de persoonsgegevens kunnen worden verstrekt, ...
Artikel 15 en 16
Artikel 55 lid 2 van verordening (EU) 2023/1542 bepaalt dat producenten alleen batterijen op de markt van een lidstaat mogen aanbieden als zij geregistreerd zijn in die lidstaat. Om ervoor te zorgen dat producenten batterijen op de markt kunnen blijven aanbieden nadat voormelde verordening van toepassing is geworden op 18 augustus 2025, moeten de volledige aanvragen voor registratie en goedkeuring bijgevolg ten laatste 12 weken vóór 18 augustus 2025 ingediend worden, en vervolgens behandeld worden door de OVAM conform de procedure vermeld in artikel 3.4.5.2 tot en met 3.4.5.5 van het Vlarema, zoals gewijzigd bij dit besluit.
Nieuwe aanvragen tot registratie en goedkeuring kunnen ook ingediend worden vanaf de inwerkingtreding van dit besluit en vervolgens behandeld worden door de OVAM conform de procedure vermeld in artikel 3.4.5.2 tot en met 3.4.5.5 van het Vlarema, zoals gewijzigd bij dit besluit.