Afsluiting vereffening Opera voor Vlaanderen (OVV) en vzw Vlaamse Operaorganisatie (VLOO)
Vlaams minister van Begroting en Financiën, Vlaamse Rand, Onroerend Erfgoed en Dierenwelzijn; Vlaams minister van Welzijn en Armoedebestrijding, Cultuur en Gelijke Kansen
De Vlaamse Regering neemt een aantal beslissingen die de Opera voor Vlaanderen (OVV) en de vereniging zonder winstoogmerk Vlaamse Operaorganisatie (VLOO) toelaten om hun vereffening definitief af te sluiten. Na de ontbinding van OVV in 1988 en de oprichting en latere vereffening van VLOO ontstond een problematiek rond het sociaal passief: de financiële verplichtingen tegenover het voormalige personeel. Via opeenvolgende regeringsbeslissingen in 2011, 2014 en 2019 werkte de Vlaamse Regering aan een gefaseerde totaaloplossing. Die is intussen bijna volledig afgerond en alle gerechtelijke procedures zijn beëindigd. Voor de responsabiliseringsbijdragen, de bijkomende bijdragen voor de pensioenen van voormalige personeelsleden, komt er een regeling voor de periode na de afsluiting van de vereffeningen. De Vlaamse Regering kiest voor eenmalige afkoopsommen en stelt daarvoor de nodige middelen ter beschikking. Voor VLOO komen die middelen, samen met de financiering van de laatste vereffeningskosten, uit de gelden voor de totaaloplossing bij de Deposito- en Consignatiekas. De Vlaamse Regering keurt twee overeenkomsten goed: een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap, de steden Antwerpen en Gent en OVV over de afsluiting van de vereffening, en een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en VLOO over bijkomende financiering en de kwijtschelding daarvan.